Har Sanders | dagboekbrief januari 2010
|
|
![]() |
|
Sneeuw, spruiten en fotografie
|
|
![]() |
|
|
Laatst vroeg iemand me:’Heeft Groningen je werk, je manier van kijken
beïnvloed? Zo’n schilder, afhankelijk van het landschap ben ik niet. Ik
moet het meer hebben van oude verregende luiken, straten vol
waterleidingkastjes en vreemde sluitingen op ramen en deuren. Ik houd
van warme pleintjes waar een slapende hond een plekje vond om uit te
rusten.
|
|
![]() |
|
Ans voor de vitrinekast in de huiskamer
|
|
|
Door
allerlei onvoorziene omstandigheden kom ik maar moeizaam tot het
schrijven van deze brief. We wonen hier nu vier jaar. En in die vier
jaar zijn we talloze keren in het ziekenhuis terecht gekomen, om en om.
We doen hierin nauwelijks voor elkaar onder. Deze week, Ans werd wakker
uit haar lethargie, kleedde zich warm aan, riep mij om dit ook te doen,
ze pakte de wandelstok uit het rek en zei: ‘We gaan zuurstof op doen’.
Ze liep voorop, keek goed uit waar ze liep en scheen te genieten van de
schaarse zon die dit witte landschap deed fonkelen. Ik voelde dat deze
blijdschap niet van mij kwam, ik liep er wat mallotig achteraan. Ans
nam zelfs de heuvels die de sneeuwschuivers hadden opgeworpen en ik was
bang dat zich iets zou herhalen wat me nu nog altijd dwarszat. Jaren en
jaren heb ik Ans, ongevraagd, behoed voor vallen. Altijd sprong ik op
tijd naar haar toe, wees op bulten en kuilen en toen…viel ze, greep mij
beet en samen tuimelden we, ik over haar heen, de berm in. Ze riep
toen: ‘Aan jou heb ik ook helemaal niets’. Ze veegde in één klap mijn
jarenlange voorkomendheid en heldendaden van tafel. Jeannette, mijn
dochter, zei vorige week nog: ‘Waar jij komt vallen de mensen van de
trap, zodat jij ze kan opvangen’. Ze bedoelde toch echt, dat het aan
mij ligt dat de ellende toeslaat. Ik bekeek ons tweeën eens goed daar
in dat sneeuwlandschap, het was geen beeld van nu, we sloegen ons er
dapper doorheen. Ik riep naar Ans: ‘Dit zouden onze kinderen eens
moeten zien, hoe we ons weren!’ En ik moet zeggen dat ik er toen pas
plezier in kreeg.
|
|
|
Maar nu ineens, een cadeau, een weg vol schoonheid. De putdeksels zaten
verscholen achter een web van ijs, zo mooi en geheimzinnig. Een steeds
vernieuwende plek waar soms het deksel duidelijk te zien was, maar ook
bleef het af en toe bijna onzichtbaar toch aanwezig.
Áns ik ga even mijn camera halen, dit wil ik vastleggen’. Op die momenten voel ik me een jachthond die er zin in heeft, ik voel me dan goed, zie van alles en ben dan ik op mijn allerbest. Een gelukkige man. Ik snuffel van put naar put, zie de vlekken die de honden achterlieten, zuiver gele toevoegingen aan de kleuren van roest in het kapot gereden spoor van de auto’s. Ik moet iets doen, niet teveel denken en dan komt alles op orde. Later die week maakte ik nog meer foto’s. Foto’s in huis, van een netje spruiten, Ans voor de vitrine en mijn pantoffels. Met deze camera, een digitale kan ik alles meteen bekijken, ik beleef er veel plezier aan. Het is wat laat maar ik wens iedereen een heel erg goed en gezond jaar toe. Met hartelijke groet, Har en Ans |