Har Sanders | dagboekbrief augustus 2009
Interview RTVNoord/ Cunera van Selm in gesprek met Har Sanders en Rob Mohlmann
'Cunera op Vrijdag'
fragment | opruimen en wat dan...
Mijn werkplek is opgeruimd, ik heb de vloer gestofzuigd en de slierten sterkplakkend plakband heb ik met een mesje uit de Berber gepulkt. Verharen, zoals in het begin, doet dit kleed niet meer, het tapijt is helemaal geprepareerd met verf en vuil. Op deze drie bij vier meter voel ik me thuis, dit is mijn wereld. Als ik mijn expositie ga bekijken, zie ik hoe de bezoekers op mijn werk reageren. Schilderen doe je in stilte, het is een spel achter gesloten deuren. Alleen Ans krijgt geregeld te zien wat ik daar uitspook, zij is mijn klankbord. Staat ze achter me en blijft het akelig stil, dan weet ik: Echt goed is het nog niet geworden.
Vandaag vrijdag 28 augustus vanaf 18.33 uur kunt u in Groningen, Drenthe of Friesland het
interview met mij en Rob Mohlmann op RTVNoord volgen. Cunera
start hiermee het nieuwe seizoen van het televisieprogramma 'Cunera Op
Vrijdag'. Een tv-programma waarin zij in gesprek gaat met gasten uit de wereld van
kunst, cultuur en wetenschap. Het interview duurt 20 minuten en wordt 5 keer uitgezonden vanaf 18.33 uur ieder uur op 33 minuten over het heel. Het is meteen ook het laatste weekeinde waarin mijn werk te zien is in Mohlmann museum in Appingedam en Galerie 23 te Helmond.
Soms zie ik mensen echt kijken, weer terugkomen en elkaar aanstoten en toelachen. Dat voelt goed. Soms lopen bezoekers vluchtig langs een doek waar ik vier of maanden aan gewerkt heb, waar ik soms nog even ’s nachts naar ging kijken of mijn aanpak wel goed was. Schilderen is echt een vak voor dag en nacht.Ik herinner me ‘de beroepskijker’. De man zat tegenover me, keek snel over zijn schouder naar achteren waar een nieuw doek van me hing en zei, mij weer aankijkend: ‘ Mooi werk, Har!’ Dat had hij werkelijk snel gezien, ik had er maanden aan gewerkt! Op mijn blik voegde hij er trots aan toe: Ik ben een beroepskijker… Oh, dacht ik toen een beroepszeiker, ja dat verklaart veel.
Veel hoor je als schilder niet over je werk. Jaren terug, de kinderen waren nog kinderen, vroeg ik ze op openingen: Kunnen jullie niet eens gaan luisteren wat ze ervan zeggen. Ze kwamen dan met mooie verhalen terug, die ze misschien wel zelf bedacht hadden, speciaal voor mij. Zelf hoorde ik altijd:’Wat een geduld, ik zou dat niet hebben.’ Of: Hoe lang doe je er nou over zo’n schilderij? En, wat ga je hierna doen? Dat laatste daar wil ik wel een antwoord op proberen te geven. Nico, een huisvriend, legde onlangs in mijn atelier een aantal oude planken neer en vroeg: ‘Har kan je hier iets mee?’ Hij gaf me ook een stapeltje goed in verstek gezette schotjes, mooi geschuurd, zo glad als een aal. Mijn expositie liep en dan is opnieuw beginnen erg moeilijk. Doorgaan is veel gemakkelijker, want heel vaak geeft het laatste schilderij een volgend aan. Je denkt dan onder het werk:’Zou het niet mooi zijn om in plaats van wat ik nu doe eens….’
fragment | een kozijn en drie schotjes
Ik pakte een plank, haalde er met de zaag een gedeelte vanaf. Die plank legde ik op tafel en toen nam ik nog een stuk hout dat ik iets langer liet, ongeveer zestien centimeter. Tussen die planken legde ik vier staanders van dertig cm. Zo ontstonden drie openingen. Maar ik wist nog steeds niet wat ermee te doen. Flauw herinnerde ik me van een reis in Frankrijk, dat ik daar eens een muur gezien had met drie openingen waar het stro voor de wintervoeding uit puilde. Ik schilderde drie schotjes met stro, ze zagen er mooi uit. Maar in het getimmerde kozijn leek het op niets. Het stro bleef plat en het kozijn bleef een raamwerkje van hout. ‘Laat ik eerst dat kozijn gaan afmaken.’dacht ik en dat lukte aardig, maar het ‘stro’ hoorde er niet bij. Dat moesten deurtjes worden. Na weer een week knoeien nu om deurtjes te schilderen, bleef het gehele werk toch beneden verwachting. Wat nu? Een ieder zal nu denken wat een gezeur! Maar voor mij was het een probleem waar ik de hele dag mee rond liep en waar ik ’s nachts wakker wordend meteen weer over ging nadenken. Ik weet er zijn erger dingen, er woeden oorlogen, er gebeuren de ergste dingen en ik maar tobben over drie deurtjes! Ik ging schetsen maken, hield die achter de openingen, bladerde in boeken op zoek naar een oplossing. Alsof die bestond, alsof er al eerder iemand zou zijn geweest die zich bezig hield met een kozijn en drie schotjes.…En ineens in bed wist ik het, ik kon de dageraad niet afwachten, er moesten geribbelde deurtjes in de openingen komen, mooie lichtdonkere ribbels en dan maar meteen gevat in een rood venstertje, mooi wijnrood. En dat raamwerk moest verrijkt worden met een reliëf. Ik werd euforisch, dit zou het worden. Zoiets is een wonderlijk moment, dan schildert het werk zichzelf. Zo kwam het in de huiskamer te hangen, we keken er naar en zagen dat het goed was. Ik werkte nog wat vlekjes weg, maakte te matte stukjes glanzend, bouwde er een lijst omheen, gewoon wit en daar kwam Nico aan en die zei: ‘Misschien die sleutelgaatjes toch wat meer naar donker brengen?’ Ik heb dit gedaan, prima was dit en vroeg hem daarna: ‘Het zijn drie luikjes in een kozijn, hoe zou jij het noemen?' ’Noem het maar Drieluik.’
Vandaag, ik ga wekelijks naar mijn werk kijken in Appingedam, breng ik ‘Drieluik’ naar Mohlmann Museum voor de herfstexpositie waar ik aan mee zal doen. Ik ben benieuwd naar de reacties.
Met hartelijke groet, Har Sanders